Het recht op privacy, een groot goed of een belemmering in de hulpverlening?

Aan de ene kant is de krachtige uitspraak van Mariëlle Bruning meer dan van toepassing; “over sommige kinderen moet gesproken worden”. Aan de andere kant is het de discussie van vandaag de dag; het scheiden van meningen en feiten, waarheidsvinding in het gedwongen kader van hulpverlening en de verhouding van de veiligheid van het kind tot de noodzaak van gegevens uitwisseling alsmede het doel waarvoor de verkregen informatie voor gebruikt.

Op 25 oktober 2016 volgde ik een zeer interessante lezing bij het Centre of Children’s Right te Amsterdam. Advocaat Esther Lam vertelde ons meer over het onderwerp privacy en de vraagstukken hieromtrent. Geïnspireerd door haar kennis op dit vlak, maar ook door de talloze kritische vragen die zij stelde. Hoe verhoudt het ‘nice to know’ zich tot ‘the need to know’. Deze blog is dan ook geschreven naar aanleiding van de informatie die tijdens de lezing is verkregen.

Omschrijving privacy
Waar staat privacy eigenlijk voor? Het recht op privéleven. Het recht op privacy en de bescherming van persoonsgegevens. Het recht op vertrouwelijke omgang met afgegeven informatie.

De Van Dale omschrijft privacy als de persoonlijke vrijheid, het ongehinderd, alleen, in eigen kring of met een partner ergens kunnen vertoeven; gelegenheid om zich af te zonderen, om storende invloeden van de buitenwereld te ontgaan, een toestand waarin een mens er zeker van is dat zonder zijn toestemming zo weinig mogelijk andere mensen zich op zijn terrein zullen begeven. Later is dit uitgebreid met:

  • Zelf bepalen wie welke informatie over ons krijgt.
  • De wens onbespied en onbewaakt te leven.

In ons wetboek en in Verdragen is het begrip ook terug te vinden, zoals artikel 10 van onze Grondwet, artikel 8 EVRM, artikel 17 IVBPR en ook in het kinderrechtenverdrag vinden we het terug, artikel 16 IVRK.

Privacy, groot goed of uitgehold begrip
Een groot goed dus van de mens; het recht op privacy. Maar ook een begrip dat voortdurend aan verandering onderhevig is gezien de maatschappelijke ontwikkelingen en een begrip dat flink onder druk staat. Zeker in de hulpverlening. Denk eens aan de impact van onderzoeken en het uitwisselen van informatie op een gezin. De ‘stempel’ die ermee gedrukt kan worden op een kind en zijn ouders, terwijl er mogelijkerwijs anders gehandeld had kunnen worden. Stel er wordt een melding gedaan bij Veilig Thuis. Deze wordt uiteindelijk als onterecht verklaard na onderzoek te hebben gedaan. Weten ouders dan dat zij de melding nog moeten laten vernietigen zodat het dossier en de naam van het kind niet meer bewaard blijft? Gebeurt dit niet, wat doet dit dan met een kind wanneer het kind later bijvoorbeeld voor iets kleins in aanraking komt met justitie? En het dus nog ergens zichtbaar is dat er ooit een melding is geweest. Probleemkind als label? Vragen die opkomen wanneer de discussie gevoerd wordt over het recht op privacy versus veiligheid.

Het is daarnaast natuurlijk belangrijk om ook te kijken naar de waarde van informatie uitwisselen, juist voor het doel waarvoor dit noodzakelijk is en de beschermingsgedachte erachter. Zoals Marielle Bruning dus zei; “over sommige kinderen moet gesproken worden”.
Wat kan ermee behaald en voorkomen worden wanneer dit zorgvuldig en op een transparante manier gebeurt?
Daar ligt ook weer de crux. Immers zal er steeds een belangenafweging moeten worden gemaakt door de desbetreffende professional. Kijkend naar de eigen taak. Het doel waarvoor gegevens verzameld moeten worden. De noodzaak hiervan alsmede om over te gaan tot uitwisseling van gegevens en informatie.
Jezelf steeds kritische vragen blijven stellen rondom de proportionaliteit en subsidiariteit.

Een discussie die nog lang niet op zijn eind is gekomen. Ik ben erg benieuwd naar jullie visie en ervaringen met betrekking tot privacy. 


ARTIKEL IN SAMENWERKING MET AUTEUR MARIEKE LIPS- KIDSINBETWEEN – KINDBEHARTIGER – AUTEUR BOEK BEKRAST

Comments are closed.